100% vruchtensap en metabolische gezondheid

De consumptie van heel fruit en hele groenten wordt geassocieerd met een verlaagd risico op diabetes type 2 mellitus. 100% vruchtensappen, die op de vezels na werkelijk alle voedingsstoffen en bioactieve bestanddelen van heel fruit bevatten, worden daarentegen vaak aangewezen als een mogelijke oorzaak of stimulerende factor voor diabetes type 2 mellitus. Waarom zou dat het geval zijn, en welk wetenschappelijk bewijs ondersteunt die stelling?  

Vruchtensap en glycemische controle 

In de literatuur zijn vier meta-analyses beschikbaar die dieper ingaan op de consumptie van vruchtensap en het risico op diabetes type 2 mellitus. Een meta-analyse van vier consumentencohorten toonde aan dat de consumptie van vruchtensap met toegevoegde suikers significant geassocieerd was met een verhoogd risico op diabetes type 2 mellitus (RR = 1,28; p = 0,02), terwijl dat niet het geval was voor 100% vruchtensap (RR = 1,03; p = 0,62).  

Een tweede meta-analyse onderzocht de nuchtere bloedsuikerspiegel en het insulinegehalte in 12 gerandomiseerde klinische studies met controlegroep, verspreid over in totaal 400 deelnemers met een ernstig overgewicht, of met risicofactoren voor diabetes of hart- en vaatziekten. 

Bij de helft van deze studies bedroeg de consumptie van vruchtensap minstens 400 g per dag. De algemene resultaten toonden aan dat de consumptie van vruchtensap geen opvallende impact had op de nuchtere bloedsuikerspiegel en het insulinegehalte. Een analyse per subgroep toonde bovendien aan dat de resultaten niet werden beïnvloed door de glucoseconcentratie bij aanvang van de studie, de duur van de studie, het type vruchtensap, de glycemische index van het vruchtensap en de kwaliteit van de studie, wat een consistent effect suggereert bij de 'risicobevolking'. 

Een derde meta-analyse onderzocht het effect van met suiker gezoete frisdrank (17 studies), kunstmatig gezoete frisdrank (10 studies) en 100% vruchtensap of vruchtensap zonder toegevoegde suikers (13  studies). Hieruit bleek dat het risico op diabetes type 2 mellitus aanzienlijk toenam bij een hoge consumptie (meer dan 250 ml/dag) van al deze producten. Voor vruchtensap werd het resultaat pas statistisch relevant (RR = 1,07; p > 0,05) na correctie voor enkele verwarrende factoren, waaronder adipositas. 

Een vierde meta-analyse van gerandomiseerde klinische studies met controlegroep omvatte 18 studies die specifiek inzoomden op 100% vruchtensap. De resultaten toonden duidelijk aan dat de consumptie van vruchtensap geen significante impact had op de nuchtere bloedsuikerspiegel, de nuchtere insuline, de HOMA-IR (een maatstaf voor de insulinegevoeligheid) of het HbA1c-gehalte (een teken van langdurige bloedsuikercontrole). Deze bevindingen komen overeen met de conclusies van enkele observatiestudies die suggereren dat de consumptie van 100% vruchtensap niet samenhangt met een verhoogd risico op diabetes.  

Fruit- en groenteconsumptie en diabetes type 2 mellitus
 
Een meta-analyse van 13 cohorten met 434.342 deelnemers en 24.013 gevallen van diabetes type 2 mellitus (over een follow-up van 11 jaar) toonde aan dat een hoge inname van fruit en groene bladgroenten het diabetesrisico aanzienlijk verlaagde. Er werd een lineair dosis-responsverband vastgesteld. Samen met de resultaten van andere cohortstudies en meta-analyses van die studies suggereren deze bevindingen dat het risico doorgaans afneemt door de consumptie van zowel fruit als groenten, al is deze trend niet altijd statistisch significant. Specifieke hele vruchten, waaronder bosbessen, druiven en rozijnen, pruimen, appelen, peren, bananen en pompelmoezen, gingen gepaard met een aanzienlijke daling van diabetes type 2 mellitus, terwijl de consumptie van meloenen het risico dan weer aanzienlijk verhoogde.  

De Nurses' Health Study II onderzocht het risico op zwangerschapsdiabetes type 2 mellitus bij 13.475 vrouwen en stelde vast dat het risico doorgaans afnam wanneer er meer fruit werd gegeten, maar deze resultaten waren niet statistisch significant (RR = 0,93; p = 0,76). Een omgekeerde associatie met de consumptie van appelen bereikte wel net het significantieniveau, maar zou ook een toevallig resultaat kunnen zijn (RR = 0,80; p = 0,045). 

De resultaten van een experimentele studie bij 152 patiënten met diabetes type 2 mellitus toonden aan dat een hogere inname van fruit met een lage glycemische index gepaard ging met een significante daling van het HbA1c-gehalte (R = -0,206; p = 0,011), waarbij aanzienlijke verschillen werden gerapporteerd tussen de verschillende fruitsoorten. De verrassend zwakke resultaten voor heel fruit zouden kunnen worden verklaard door de sterke verschillen in voedingsdichtheid, glycemische lading en bioactieve bestanddelen onderling. 

De resultaten met betrekking tot plantaardige flavonoïden zijn consistenter. Zo stelde een studie vast dat de inname van naringenine en hesperetine (beide aanwezig in sinaasappelen en sinaasappelsap) gepaard ging met een lager risico op cerebrovasculaire aandoeningen. Een meta-analyse van gerandomiseerde klinische studies met controlegroep rond de gezondheidseffecten van genisteïne (aanwezig in kikkererwten en sojabonen) toonde aan dat deze stof de glucosecontrole en insulinegevoeligheid aanzienlijk verbeterde bij vrouwen na de menopauze. 

Glycemische index en glycemische lading 

Een bijzonder fructoserijk eetpatroon (>100 g/dag) is doorgaans een stimulerende factor voor een verhoogde bloedsuiker- en insulinerespons op de glucoselading, nuchtere bloedsuikerresistentie en insulineresistentie in de lever. Experimenteel bewijs toont daarentegen aan dat een kleine hoeveelheid fructose (<10 g/maaltijd) de postprandiale glycemie en de bloedsuikerrespons op de glucoselading verlaagt. Verder onderzoek naar het verband tussen suikers – met name fructose – en onze gezondheid suggereert dat de overconsumptie van energie de voornaamste oorzaak is van een vette lever, obesitas en een zwakke glycemische controle. De fructose-inname in Europa wordt echter geschat op 40-50 g per dag, wat nog altijd heel wat lager is dan een onrustwekkend niveau.  

Het is waarschijnlijk dat de matige toevoeging van fructose aan het dieet de glucosetolerantie bevordert door de netto-absorptie van glucose in de lever en de spieren uit te lokken. De absorptie van fructose staat bovendien los van de aanmaak van insuline. Een portie (200 ml) 100% vruchtensap bevat 1-15 g fructose, naargelang de gebruikte fruitsoort. In overeenstemming met de Europese wetgeving bevat 100% vruchtensap bovendien nooit toegevoegde suikers. 

Referenties

[1] Xi B. et al. (2014)

 Intake of fruit juice and incidence of type 2 diabetes: a systematic review and meta- analysis. PLoS ONE 9: e93471

[2] Wang B. et al. (2014)

Effect of fruit juice on glucose control and insulin sensitivity in adults: a meta- analysis of 12 randomized controlled trials. PLoS ONE 9: e95323

[3] Imamura F. et al. (2015)

Consumption of sugar sweetened beverages, artificially sweetened beverages, and fruit juice and incidence of type 2 diabetes: systematic review, meta-analysis, and estimation of population attributable fraction. BMJ. 351: h3576

[4] Muraki I et al. (2013)

Fruit consumption and risk of type 2 diabetes: results from three prospective longitudinal cohort studies. BMJ 347: f5001

[5] Chen L. et al. (2012)

Pre-pregnancy consumption of fruit and fruit juices and the risk of gestational diabetes mellitus. Diabetes Care 35: 1079-82

[6] Jenkins D.J.A. et al. (2011)

 The relation of low glycaemic index fruit consumption to glycaemic control and risk factors for coronary heart disease in type 2 diabetes. Diabetologia 54: 271-9

[7] Liu Y et al. (2017)

The effect of genistein on glucose control and insulin sensitivity in postmenopausal women: A meta-analysis. Maturitas 97: 44-52

[8] Livesey G (2009)

Fructose Ingestion: Dose-Dependent Responses in Health Research. J Nutr 139: 1246S–52S

[9] Courtney Moore M et al. (2001)

Acute fructose administration improves oral glucose tolerance in adults with type 2 diabetes. Diabetes Care 24: 1882–7

[10] Macdonald IA (2016)

A review of recent evidence relating to sugars, insulin resistance and diabetes. Eur J Nutr 55: 17-23

[11] Sluik D et al. (2015)

Fructose consumption in the Netherlands: the Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010. Eur J Clin Nutr 69: 475-81

[12] Gibson SA (2015)

Personal communication; in relation to National Diet and Nutrition Survey (UK)